Het Schotse hamerslingeren is al eeuwen oud.
De voorouders
van de Schotten gingen, na een dag hard werken op het land, tijdens
onderlinge
krachtsmetingen, bepalen wie er het sterkst was. Vaak werd de winnaar
uitgeroepen tot de lijfwacht van de Clanleider. Zo werden er met grote
keien
gegooid, boomstammen geworpen en met hamers geslingerd. Later zijn deze
als
onderdelen opgenomen in de traditionele Highland Games.
In het begin werd er geworpen met een grote
voorhamer, die door
de smid werd gebruikt tijdens het smeden van ijzer, later is dit
geëvolueerd
tot de huidige versie. Aan een ronde ijzeren kogel, welke is voorzien
van een
gat in het midden, wordt een rotan of bamboe stok van 127 cm bevestigd.
De
sparing in de kogel loopt taps toe, zodat de stok goed vast zit, en
niet
tijdens het slingeren van de stok af kan vliegen. Er zijn drie
verschillende
gewichten in hamers, namelijk de 12 lbs (Amerikaanse ponden), 16 lbs-
en de 22
lbs-hamer. Dit komt overeen met 5,45 kg, 7,27 kg en 10 kg,
respectievelijk de
lichte dames, de zware dames/lichte heren en de zware heren hamer.
In tegenstelling tot
het Olympisch hamerslingeren, waarbij
de atleet een aantal draaien van 360°
mag maken met een kogel aan een ketting, dient het Schotse
hamerslingeren
zonder aanloop uitgevoerd te worden. De atleet staat hierbij met de rug
naar de
werpsector, met de beide benen aan de grond.

Vaak wordt er gebruik
gemaakt van speciaal schoeisel met
zogenaamde spikes. Hierdoor kan de atleet zich goed verankeren in de
grond
zodat hij gemakkelijker balans kan houden en de grote krachten kan
opvangen die
vrijkomen tijden het draaien van de hamer. Deze techniek is in de jaren
’50
uitvonden door een kleinere atleet, die door zijn geringe
lichaamlengte,
telkens als laatste eindigde tijdens de wedstrijden. Hij ontdekte dat
hij, door
zich aan de grond te verankeren, gemiddeld een kleine meter verder kon
gooien,
en begon zelfs onderdelen te winnen. Helaas voor hem werden de spikes
snel
ingeburgerd bij de Highland Games, zodat hij zijn voorsprong weer kwijt
was.
De ijzeren spikes
bestaan uit een 3 cm brede strip met een
totale lengte van ongeveer 30 cm, die op bijgaande wijze gevormd aan de
neus
van een paar stevige schoenen wordt bevestigd door middel van een paar
slotbouten.
Het uiteinde wordt voorzien van een scherpe punt, zodat de spikes
gemakkelijk
de grond in gaan. Vaak worden de hakken van de schoenen voorzien van
een paar
cm hoge verdikking. Dit vergemakkelijkt weer het achterover hangen van
de
atleet.
De atleet
plaatst zijn voeten op schouderbreedte van elkaar,
op zo’n 30 cm afstand vanaf de werpbalk. Deze afstand is
benodigd om tijdens de
afworp met zijn voet uit te kunnen stappen zonder een voetfout te
begaan. Bij
de rechtshandige atleet staat de linkervoet iets naar achteren ten
opzichte van
de rechtervoet. Dit is de voet die tijdens de afworp uitstapt in de
werprichting. De atleet pak de stok van de hamer aan het uiteinde vast
met een
zogenaamde golfgrip. De duim van de rechterhand (de onderste hand aan
het meest
uiteinde van de stok) steekt dan als het ware in de grip van de
linkerhand
(bovenste). Om tijdens het draaien van de hamer een goede grip te
waarborgen,
wordt er vaak gebruik gemaakt van een hars of spuithars.
De atleet plaats de hamer rechts naast hem op
de grond en
zo’n 30 cm achter hem, met gestrekte armen. We staan nu in de
startpositie. De
armen blijven tijdens het slingeren van de hamer, zoveel als mogelijk,
gestrekt
en ontspannen. De knieën zijn licht gebogen en hangen lichtjes
naar voren. De eerste
draai wordt rustig ingezet. Als de hamer zich ongeveer linksboven de
atleet
bevindt dient hij het zwaartepunt van zijn lichaam naar rechts te
bewegen, door
middel van zijn heupen en benen. Zodra de hamer het hoogste punt heeft
bereikt
en weer naar achterlangs naar rechts beweegt, dan dient het zwaartepunt
weer
naar links te worden bewogen. Als de eerste volledige draai is
afgerond,
bevindt de hamer zich op het laagste punt, ongeveer iets rechts vanuit
het
centrum van het lichaam.
De tweede en derde
draai zal op precies dezelfde manier
plaats vinden, echter met een steeds groter wordende snelheid. De
positie van
het laagste punt zal tevens steeds iets meer richting het centrum voor
het
lichaam verplaatsen. Begin niet te vlug met snelheid op te bouwen maar
bouw dit
langzaam en comfortabel op. Als de hamer te vroeg zijn maximale
snelheid
bereikt, zal de hamer slecht te controleren zijn en wordt de atleet uit
balans
getrokken.
Tijdens de derde en
laatste draai wordt de hamer losgelaten
wanneer de armen zo’n beetje op schouderhoogte zijn, aan de
linkerkant van het
lichaam. De baan van de hamer zal dan ongeveer een hoek van 40°
maken ten opzichte van de grond om voldoende hoogte te maken. Het
linkerbeen
wordt losgetrokken uit de grond en volgt in de richting van de hamer.
Het been
dient wel ten alle tijden buiten de werpsector te blijven.
De combinatie snelheid
en hoogte bepalen de uiteindelijke
afstand van de hamer! Uiteraard gelden voor een linkshandige atleet de
tegenovergestelde richtingen dan bij de hierboven beschreven
rechtshandige
atleet.
Een veel
gemaakte fout tijdens de afworp, is de behoefte om
extra kracht te gaan zetten. Hierdoor zullen de armen gaan trekken aan
de stok,
waardoor alle snelheid uit de hamer wordt getrokken. Nogmaals: de armen
dienen
tijdens de gehele draai ontspannen te zijn. Alle kracht en snelheid
wordt
gehaald uit de benen en de heupen. Zie de armen als een verlengde van
de stok.
Des te langer de stok, des te meer omtreksnelheid die je kunt
genereren. Ook
zal je, door je armen gestrekt te houden, worden gedwongen om
achterover gaan
hellen. Hierdoor krijg je als het ware al de perfecte richting om de
hamer de
juiste hoogte mee te geven, en maak je optimaal gebruik van de
hammerspikes.
Het ziet er allemaal
lastig uit, maar je moet het niet
moeilijker maken dan het is. De Amerikanen hebben hier een mooi gezegde
voor:
KISS. Het ‘Keep It Simple’ Systeem. Begin rustig en
bouw het stap voor stap op.
Houd het comfortabel! Ieder lichaam heeft weer zijn eigen mechaniek,
probeer
dat aan te voelen en maak daar optimaal gebruik van. Train met een
partner en
laat deze je aanwijzingen geven. Maak desnoods filmopnames en leer van
je
fouten.
Het huidige
wereldrecord met de lichte hamer staat op naam
van de Schotse specialist Bruce Aitken, met een afstand van 47,05
meter. Met de
zware hamer is er reeds in 1998 al 38,73 meter geworpen door Matt
Stanford uit
Australië. In de Nederlands/Belgische competitie timmeren we
ook aardig aan de
weg. De Nederlandse records staan beide op naam van Wout Zijlstra met
respectievelijk 40,23 en 33,35 meter. De Belgische records zijn recent
in 2007
gegooid door Tommy de Bruijn. Hij gooide de hamers naar 33,96 en 29,87
meter.