Het boomstamwerpen of
‘cabertoss’ is ongetwijfeld
één van de
oudste krachtmetingen ter wereld. Over de origine van dit onderdeel
zijn er
vele verhalen. De meest betrouwbare is dat er bij het kappen van bomen,
de
stammen werden afgevoerd in een rivier. De stam die vooraan in het
water lag
zou dan als eerste bij de verwerking aankomen, wat een financieel
voordeel
opleverde. Het werd dus een strijd om je stam zo gunstig als mogelijk
in de
rivier te werpen. Tijdens de jaarlijkse bijeenkomsten van de voorouders
van de
Schotse clans, de zogenaamde ‘Taingels’, tijdens
het jachtseizoen, werden er
krachtmetingen gehouden in deze traditionele handelingen. Zo ontstonden
de
huidige Highland Games, waarbij de cabertoss wel het spectaculairste
onderdeel
mag worden genoemd.Bij het huidige
boomstamwerpen is het de bedoeling een
boomstam over de kop te werpen. De stam stuitert als het ware om zijn
as heen.
Indien de stam op 180°
ten opzichte van de looprichting van de atleet belandt is dit de
allerbeste
score. Deze scores worden weergegeven als de wijzers van de klok. De
beste worp
heet dan een 12:00 uur. Als de stam niet geheel over de kop gaat, maar
iets
zijwaarts is gevallen, dan varieert de score van 11:46 tot 12:14 uur,
waarbij
bijvoorbeeld een 11:50 een gelijke score oplevert als 12:10 uur. Een
scheidsrechter loopt achter de atleet aan om deze score te beoordelen.
Ook als
de boomstam niet wordt getosst kan een atleet punten behalen. Een ‘side
judge’ beoordeelt het aantal graden van
de stam ten opzichte van de grond. Een score wordt toegekend indien de
stam 40
tot 90°
ten
opzichte van de grond maakt. Uiteraard zal na 90 graden zal de stam
omvallen in
de looprichting. Onder de 40°
heeft de atleet geen score. Het gooien van een
boomstam kan globaal in drie fases worden verdeeld:
1. de pick-up
Voordat
er geworpen kan worden dient de
boomstam
gecontroleerd te worden opgepakt. De atleet pakt de stam door middel
van de
zogenaamde bidstand vast en klemt hem tussen de schouders en de nek. De
handen
worden nu op een zo laag als mogelijke plaats op de stam geplaatst,
door het
buigen van de benen met een gestrekte rug. De rug maakt nu maximaal een
hoek
van 45°
met
de grond. Met een krachtige ruk vanuit de benen wordt de boom in
één beweging
ophoog gelift en gebruik
makend van de
verticale snelheid van de stam worden de handen onder de stam
verplaatst. De
stam bevindt zich iets uit het midden van je lichaam doordat ie aan
één zijde
is ingeklemd tussen nek en schouders. Vaak worden de handen ingesmeerd
met hars
om zo een betere grip op de stam te verkrijgen. Hoe schuiner de stam
staat ten
opzichte van de grond, des te zwaarder zal hij wegen. De stam dient
daarom zo
recht mogelijk te worden getild.
2. balans.
We hebben
de stam nu opgetild. Er kunnen nu
kleine correcties
worden gemaakt door het bijsturen met de armen en nek. Met de benen
kunnen
grotere afwijkingen worden gecorrigeerd door het bijstappen in de
richting van
de disbalans. Pas als de atleet de boomstam geheel onder controle
heeft, kan
hij hem verder optillen tot een hoogte van ongeveer de middenrif met
gebogen
armen. Hierdoor komt het zwaartepunt van de stam zo hoog als mogelijk
te
liggen. Hoe hoger hij echter wordt getild, des te lastiger wordt het
controleren. Als ie echter te laag wordt gehouden dan wordt het tossen
wel weer
erg bemoeilijkt. Houd in geen enkel geval de armen recht gelocked.
Als de boomstam te
veel naar achter helt waardoor hij veel
te zwaar wordt, dan wordt er aangeraden de stam los te laten door hem
zijwaarts
van je af te duwen. Je wilt in geen enkel geval in contact zijn met de
stam als
hij de grond raakt. Indien je stam nog, op enige manier, vast hebt als
hij de
grond raakt, dan kan hij gemakkelijk je sleutelbeen of kaak breken, of
wellicht
zelfs knock-out slaan.
3. de afworp
De
boomstam kan in beweging worden gebracht
door het
voorzichtig naar je toetrekken van de onderzijde gecombineerd met het
van je af
drukken met de schouder. Door het rennen met de boom wordt de nodige
snelheid
verkregen benodigd voor de afworp. Als de boom langer en zwaarder wordt
is er
meer snelheid nodig om de boom te tossen. Na het rennen wordt er abrupt
gestopt
door het naast elkaar zetten van de voeten. De voeten staan hierbij
vóór het
hoofd en de handen. Door de abrupte stop zal de stam de snelheid
overnemen en
van de schouder afschieten. Het moment van trekken is echter kritisch.
Is de
hoek te groot dan zal de atleet het volledige gewicht van de boomstam
voor zijn
kiezen krijgen, is de hoek te klein dan is de tijd tekort om de stam
nog te
laten accelereren. Met een krachtige trekbeweging van de armen en een
explosieve sprong met de benen en heupen wordt de boomstam omhoog
gegooid. De
trekbeweging van de armen dient haaks op de stam gericht te zijn
waardoor de
stam een draaibeweging in de lucht zal maken. Dit wordt verkregen door
de armen
‘door te laten swingen’ tot achter het hoofd en
tevens het strekken van de
kuiten.. Indien deze beweging in de lengterichting van de boom zou
zijn, zal de
boom enkel een voorwaartse beweging maken en niet de gewenste draai.
Als nu
alles goed is uitgevoerd, zal de stam op de kop belanden en met
voldoende
snelheid over de kop vliegen. Een perfecte 12:00 uur !
Doordat de cabers
wereldwijd verschillen worden van dit
onderdeel geen records bijgehouden. De maten van de cabers
variëren van 3 tot
wel 8 meter, afhankelijk van de klasse van de atleten. Het gewicht,
mede
afhankelijk van de weersomstandigheden, zal tussen de 30 tot wel 80
kilo
variëren. Er wordt er naar gestreefd dat nooit alle atleten de
stam kunnen
tossen. Hierdoor worden de echte mannen van de jongens onderscheden en
zal er
een mooi klassement ontstaan. De kans dat het onderdeel een loterij
wordt is
dan minimaal. Vaak wordt er gebruik gemaakt van een kortere
kwalificatie boom,
waardoor er al enkele atleten afvallen en zich niet plaatsen voor de
werkelijke
wedstrijdboom.
In Nederland kennen we
al een aantal specialisten. Het zal
niemand
verbazen dat Wout Zijlstra hiertoe behoort. Daarnaast mag ook
Hans
Lolkema uit Friesland tot de specialisten worden benoemd. De afgelopen
jaren
heeft Hans op de meeste wedstrijden dit onderdeel op zijn naam
geschreven. Dat
ook de jeugd aardig meedoet bewijst Arend van Oord. Ook Arend is de
laatste
jaren gegroeid tot één van de beste cabertossers
van Nederland.